Klokkaartjes analoog met mogelijkheid digitale tijd erbij te zetten ππ
Klokkaartjes analoog met mogelijkheid digitale tijd ππ»
Deze kaartjes geven de analoge tijd aan, maar bij ieder kaartje is er de mogelijkheid om er de digitale tijd onder te zetten.
πDeze klokkaartjes bevatten de volgende bestanden (Pdf):
- de hele uren
- halve uren
- kwartieren
- 5 over (half) en voor (half)
- 10 over (half) en voor (half)
Deze klokkaartjes zijn dus niet alleen handig om de analoge tijd te oefenen, maar ook i.c.m. de digitale tijd.
πIdeeën om deze kaartjes in te zetten:
-De spellen kunnen gespeeld worden met 2 - 6 personen
-Kies van tevoren welke analoge klok je wilt oefenen; 5 over (half) en voor (half).
Zou je alle kaartjes gebruiken, dan wordt het teveel en is het overzicht weg.
* Hoger of lager
Schud de kaartjes en deel aan ieder 4 kaartjes uit.
De rest van de stapel leg je gesloten op tafel. Haal de bovenste kaart van de stapel en leg deze open op tafel.
Iedere speler kijkt of hij een kaart in zijn handen heeft die hoger of lager is.
Bijv. op tafel ligt de kaart open met daarop de tijd: 5 over 12
Als een speler een kaartje in zijn handen heeft met 5 voor 12, dan zegt hij 'lager'. Vervolgens vertelt de speler welke tijd de klok (op zijn kaartje) aangeeft en legt dan zijn kaartje bovenop de andere open kaart.
Kun je niet in jouw beurt, dan pak je een kaartje van de stapel. De volgende speler is aan de beurt.
Winnaar is degene die het snelst van zijn kaartjes af is.
*4 is teveel
Schud de stapel kaarten van de klokken die je wilt gaan oefenen. Deel vervolgens aan iedere speler 5 kaarten uit.
De rest van de kaartjes wordt op een stapel, gesloten,neergelegd.
Pak van de stapel de bovenste 4 kaarten en leg deze open op tafel.
Heb je een kaart in de hand die hoort bij een kaart die open ligt op tafel, dan mag je deze kaart en die uit je hand als setje neerleggen.
Bijv. Op tafel ligt een kaartje open met daarop de tijd van 10 voor half 5.
Heb jij een kaartje in de hand met daarop de tijd 10 over 5, dan mag jij het kaartje dat open op tafel ligt pakken en samen met het kaartje in de hand als setje neerleggen.
Winnaar is degene die de meeste setjes weet te verzamelen.
Kun je niet in jouw beurt, dan moet je een kaartje van de stapel pakken. De volgende speler is aan de beurt.
*Hoe laat is het?
Schud de stapel kaartjes. Dit kan van de analoge en/of digitale klokaartjes zijn.
Leg ze gesloten op een stapel neer.
Als je aan de beurt bent, pak je een kaartje van de stapel en je vertelt hoe laat het is op jouw klokkaartje.
Is je antwoord juist, dan mag je het kaartje houden.
De speler mag net zolang spelen, totdat hij een fout antwoord geeft.
Bij een fout antwoord, gaat je kaartje onderop de stapel.
De volgende speler is aan de beurt.
De winnaar is degene die de meeste klokkaartjes heeft.
* Laat maar zien
Alle kaartjes van bijv. kwartieren liggen open en verspreid op tafel.
Iedere speler probeert nu als eerste zijn klok compleet te maken.
Bijv. klokkaartjes kwartieren
het hele uur (1 uur), kwart over (1), half (2) en kwart voor (1)
Weet jij binnen een bepaalde tijd zoveel mogelijk klokken compleet te maken, dan heb je gewonnen.
* Stop de tijd
Alle kaartjes van bijv. 10 over (half) en voor (half) liggen open en verspreid op tafel.
Iedere speler zoekt nu z.s.m. binnen een bepaalde tijd alle klokkaartjes met bijv. 5 over half.
Is de speler klaar, dan roept hij:"Stop de tijd!
Vervolgens wordt, samen met de andere spelers, gecontroleerd of de speler alle klokkaartjes van bijv. 5 over half heeft weten te verzamelen.